Regisseur: Saverio Costanz; Protagonist: Christo Jivkov
We zijn er helemaal voor met de fiets naar de Cartoon’s gereden (ong. 15 km.) maar het loonde de moeite.

“In memoria di me” is een hele intieme, stille film. Andrea heeft een priesterroeping en doet zijn intrede als novice (tijdens een soort proefperiode) in een klooster. Andrea is slim, knap, zelfzeker en als kijker vraag je je wel af wat hij eigenlijk in een gesloten klooster komt doen. Hij zegt zelf (in één van de weinige monologen) dat hij een leven vol succes had, maar dat het hem leeg leek. “Ik had schrik om achterom te kijken en niks terug te vinden”. In het klooster wordt amper gesproken. Het grootste deel van de film speelt zich af in een lange, imposante gang met allemaal dezelfde kamertjes. Andrea is nieuwsgierig, wat te nieuwsgierig voor een nieuwkomer. Hij hoort deuren open en dichtgaan en achtervolgt stiekem mede-kandidaatpriesters die in de mysterieuze kamer 1 binnengaan. De film laat zien wat er nog overblijft aan betekenis als al het gebabbel, al ons lawaai, ineens wegvalt. Blikken, deuren, bewegingen … krijgen ineens meer betekenis. Daarom is de acteur ook goed gekozen, vind ik. Zijn gezicht is eerder emotieloos, zijn gezichtsuitdrukkingen altijd beheerst. Maar als er dan toch iets afspeelt op dat gezicht, zoals betraande ogen bijvoorbeeld, krijgt het meer betekenis.
Tegen mijn gewoonte in ga ik het einde van deze film niet verraden, zodat u er misschien ook nog iets aan heeft. Ik kan wel zeggen dat je pas op het einde van de film het klooster eindelijk van buitenaf kan zien. Het is een klooster dat op één van de mini-eilandjes voor Venetië ligt (San Giorgio Maggiore). Ik vraag me echt af hoe de regisseur de toestemming heeft kunnen krijgen de hele film daar op te nemen. De Kerk is dan toch soms opener dan ik denk. Het Vaticaan had wel kritiek voor de film. Vooral een kus van een van de novicen voor de “meester-priester” zal hen waarschijnlijk niet erg blij hebben gemaakt…

De Sicilaanse schrijver Andrea Camilleri schreef een aantal detectiveverhalen met als hoofdpersonage de inspecteur Salvo Montalbano. Ze spelen zich af in een fictieve stad in Sicilë en kenden veel succes in Italië. De RAI-televisie maakte er een reeks van op televisie.
Wij hebben ondertussen ongeveer de hele reeks op dvd (enkel de eerste drie ontbreken nog). In onze familie kijken een aantal mensen altijd op zaterdagavond naar detectives op televisie en die komen dan op familiereünies op zondag uitgebreid ter sprake. Omdat we geen televisie hebben kunnen we niet meedoen aan het zaterdagavond-zondagritueel, maar sinds kort proberen we op zaterdagavond ook naar onze “Montalbano” te kijken.
De detectives van Montalbano zijn zoals een detective hoort te zijn. Voorspelbaar, niet te zwaar, een paar mooie beelden, de intrige en daarnaast het privéleven van de inspecteur en de onderlinge strijd binnen de politie- en rechtsdepertementen. De inspecteur wordt gespeeld door de heerlijk sexy Luca Zingaretti. Hij woont in een mooi huis aan de Siciliaanse kust, woont alleen maar houdt er een relatie op na, spreekt een beetje Siciliaans, maar nét niet teveel zodat een doorsnee Italiaan ook verstaat wat hij zegt. Hij houdt er – uiteraard – niet al te orthodoxe methodes op na, en lost veel dingen op door op zijn gevoel af te gaan.
De aflevering van de Arancini (een Siciliaans gerecht, nlk. gefrituurde rijstballetjes) is één van de betere. Een vrouw en een man zijn in een ravijn gereden. Het lijkt een ongeluk, maar een aantal dingen kloppen niet. Alles wijst in de richting van de zoon van de man, maar is hij ook de echte schuldige ? Montalbano laat zijn vriendin de nieuwjaarsnacht alleen in een hotel in Parijs doorbrengen, omdat hij voor het werk “onverwacht” in Sicilië moet blijven, maar vooral omdat hij tijdens dat werk de “arancini” die de moeder van een vrijgelate gevangene voor hem maakt, kan opeten. Wat een mooi beeld, trouwens, die Siciliaanse moeder die de rijstballetjes klaarmaakt.
Jammer genoeg zijn de Montalbano’s een uitsluitend Italiaanse aangelegenheid. DVD’s met anderstalige ondertiteling blijken onvindbaar… Eerst snel een cursus Siciliaans volgen dus.

Jaar: 2004; Regisseur: Lieven Debrauwer; Cast: Marilou Mermans (Emma), Rik van Uffelen (Tuur), Viviane de Mynck (Gerda), Chris Lomme (Josée)
filmsite: http://www.confituur.net/

Wat een mooie film. Ik zou er zowaar mijn mening over de Vlaamse film door herzien.
Op het vijftigjarig jubileum (“hunnen jubliée” zoals de personages zelf zeggen) voelt Tuur, één van de twee gevierden, zich niet op zijn gemak tussen al dat feestgedoe. Hij loopt weg van de feestzaal en gaat naar zijn zus, Josée, die een soort bordeelachtig cabaret heeft, om niet naar huis terug te keren. Dit wekt de grote woede op van een andere zus, Gerda, die al jaren bedlegerig is en bij Tuur en zijn vrouw, Emma, inwoont. Emma zelf blijft vertwijfeld achter, maar weigert naar Tuur te gaan om hem terug te halen. Zo goed en zo kwaad als het gaat probeert ze alleen verder te leven. De schoenmakerswinkel van Tuur vormt ze om tot een confituurwinkel. Ondertussen voelt Tuur, die nog steeds bij Josée inwoont, zich allesbehalve kiplekker in zijn nieuwe leven. Hij besluit uiteindelijk terug te keren naar Emma. Hierop volgt geen spetterend wederzien, maar (na de begrafenis van Gerda, de andere zus die op dat moment is gestorven) terug het leven van alledag. En de film eindigt (SPOILER) met Tuur die ’s avonds stiekem de confituur van Emma proeft, en Emma die hem ziet.
Het is moeilijk de film samen te vatten (en wat ik hierboven schreef is dan ook helemaal geen goeie weergave). De film bestaat vooral uit veel mooie momenten. Emma die met haar al even door het lot beproefde dochter samen aan zee het liedje “ik heb de zon zien zakken” zingt. Emma die aan een stervende Gerda vertelt dat Tuur is teruggekomen en zijn haar zwart heeft geverfd; verzinsels die Gerda’s lijdensweg verzachten …
Alles draait om het personage van Emma. Een brave huismoeder die zich ontpopt tot een sterke, maar nog altijd onopvallende vrouw; die haar typische “huismoedertrekjes”, zoals het maken van confituur, tot echte troeven maakt.De andere personages zijn iets minder uitgediept, maar dat vond ik niet erg. Wat er zich precies in de ziel van Tuur heeft afgespeeld, is niet helemaal duidelijk. Josée duikt dan weer plots op op de begrafenis van Gerda ondanks de hypergemene rol en haar oneindige haat voor Gerda in de rest van de film. Het is niet duidelijk waar die (kleine) ommekeer vandaan komt, maar totaal ongeloofwaardig is het niet.
Ik begreep wel niet goed waarom alle personages Antwerps praten en alles zich toch aan de zee afspeelt, maar kom, dat is een detail. Misschien was het wel een “uitgeweken” familie, denk ik dan. En de zee levert natuurlijk mooie beelden op, net als het fruit, trouwens, dat Emma voor haar confituur gebruikt…
Ik was het dan ook wel heel erg oneens met de enige mening die de film kreeg op de “Internet Movie Database” (en dan nog wel van een Vlaming)
“If you have seen previous films of this director you should know what to expect: boring, superficial and totally superfluous “cinema”. It is a disgrace that this kind of rubbish is made by Belgian tax money. There is one pro what I could think of: there are not too many movies about older people. Nevertheless they should deserve a better treatment than this. Lieven Debrauwer is seeking for an audience which is easy to get, disguised as intellectual drama but fails miserably in his attempt. If someone can tell me why this is worth seeing in the cinema, he’s got my respect because to my humble opinion you can watch this sort of trash at daily soap on television.”
Tja… Misschien verdien ik nu wel eeuwig respect van deze kritische kijker…